Geschiedenis van het ras

Over de oorsprong van deze kat doen verschillende verhalen de ronde.

In de Noorse mythology wordt Freya, de godin van schoonheid, liefde en vruchtbaarheid (soms ook van oorlog en dood), beschreven in haar renwagen, die wordt getrokken door een borstelig wild zwijn of door grote katten, ook wel Huldrekatt genoemd, kat met de pluimstaart.
Kattenliefhebbers gaan er vanuit dat ze met de katten uitreed in dienst van de liefde en vruchtbaarheid.

Ook zou het mogelijk kunnen zijn dat de Noormannen op hun tochten katten meegenomen hebben van hun verre reizen. O.a. vanuit de Kaukasische en Anatolische hoogvlakten, berucht om hun ijskoude winters. In dit gebied kwamen halflangharige katten voor. Door het koude klimaat ontwikkelden zich in de winter warme, lange vachten. De kop was wigvormig met een middellange neus en grote puntvormige oren met pluimen. Zij zijn te beschouwen als de voorouders van de meeste huidige halflangharige kattenrassen (o.a. Angora, Turkse Van, Maine Coone en Noorse Boskat)
Deze katten namen ze mee de wereld over, ze kwamen zelfs in Amerika. 
In Newfoundland is een Viking nederzetting gevonden. In Maine vond men een Noorse munt uit de 11de eeuw.

Een Deense priester Peter Clausson Friis, die in Noorwegen woonde, maakte een onderverdeling bij de Noorse lynxen (in 1559).

  • de kat-lynx
  • de vos-lynx 
  • de wolf-lynx

Het is heel goed mogelijk dat de kat-lynx de Noorse Boskat geweest is.

De eerste schriftelijke overlevering over Boskatten, stamt uit de Noorse sprookjes en sagen, die rond 1835 werden opgetekend door Peter Christen Asbjørnsen en de dichter Jørgen Moe. Er werd gesproken over de zogenaamde huldrekatt, de kat met de pluimstaart.

In 1912 verscheen er een kinderboek, een sprookje, geschreven door de Noorse auteur Gabriël Scott. In dit boek speelt Solvfaks, een Noorse Boskat de hoofdrol. De tekeningen van Arnold Thornam, die dit boekje illustreerde tonen een kat met een lange pluimstaart en een volle kraag.

De ontwikkeling van de Noorse boskat

Uiteindelijk heeft de natuur een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van deze kat. Het klimaat en de leefomgeving hebben min of meer het uiterlijk bepaald. De kat heeft zich geheel aangepast aan de seizoenen.
In de winter ontwikkelt zich een wollige ondervacht. daaroverheen ligt een bovenvacht van lang, glanzend, vettig uitziend, waterafstotend haar, die de ondervacht droog moet houden.
Bij de strenge kou wordt de lange staart als dekentje gebruikt.
De dikke halskraag is niet alleen een bescherming tegen de kou, maar ook tegen vijanden. De natuurlijke vijanden van de Noorse Boskat, de wolf en de vos, doden hun prooi met een fikse knauw in de nek.
In de zomer verliest de Noorse Boskat zijn ondervacht en zelfs een groot deel van zijn kraag. Alleen aan zijn volle pluimstaart is dan nog te zien dat het een half-langharige kat betreft.

Terug naar het begin